Het belang van choline in kattenvoeding
Choline, vroeger vitamine B4 genoemd, is een essentiële voedingsstof in het dieet van een kat en hangt nauw samen met de vetstofwisseling in de lever. Bij katten wordt choline in de lever aangemaakt, maar er is vastgesteld dat de aanmaaksnelheid soms onvoldoende is om in de behoefte te voorzien. Choline is een bestanddeel van fosfatidylcholine, ook bekend als lecithine, en van acetylcholine. Deze stoffen zijn noodzakelijk voor een goede werking van celmembranen en zenuwen. Het meeste kattenvoer dat momenteel verkrijgbaar is, wordt verrijkt met cholinechloride. Daardoor wordt vermoed dat de uiteindelijke hoeveelheid choline mogelijk te hoog kan zijn. Er is echter geen bewijs dat dit schadelijk is voor de gezondheid van katten. Ook bij zelfbereide voeding moeten we aandacht besteden aan choline.
De rol van choline in het lichaam van de kat
Zowel exogene choline, die via de voeding wordt aangevoerd, als endogene choline, die door biosynthese in het lichaam ontstaat, wordt grotendeels in de lever gebruikt als bestanddeel van fosfatidylcholine. Fosfatidylcholine vormt op zijn beurt als lipidenbestanddeel een onderdeel van de celmembranen. Onder invloed van specifieke enzymen – fosfolipasen – kan choline uit fosfatidylcholine vrijkomen. Door zijn rol bij het transport van vetten beschermt choline de lever tegen vervetting. Uit choline wordt ook acetylcholine gevormd, een zeer belangrijke neurotransmitter. Daarom draagt choline bij aan een goede werking van het zenuwstelsel.
Cholinetekort
Voor de de-novobiosynthese van choline zijn vitamine B12 en foliumzuur nodig. Een te laag gehalte van deze stoffen in het lichaam kan daarom, in combinatie met onvoldoende choline in de voeding, tot een tekort leiden. De gevolgen van een cholinetekort bij katten moeten verder worden onderzocht, maar er is vastgesteld dat het verband houdt met vetinfiltratie in de lever. In een gevorderd stadium uit de aandoening zich vaak als geelzucht, zichtbaar als een gele verkleuring van de slijmvliezen en huid. Het dier wordt lusteloos en valt af door een verminderde eetlust. Ook spijsverteringsklachten zoals diarree of braken kunnen optreden. Een cholinetekort tast eveneens het zenuwstelsel aan, omdat choline deel uitmaakt van de stof waaruit de myelinescheden van zenuwcellen zijn opgebouwd. Er ontstaan problemen met de bewegingscoördinatie en spierfunctie. Vooral bij oudere katten worden cognitieve stoornissen waargenomen.
Wat kunt u geven om een tekort aan choline te voorkomen?
Eidooiers van kippeneieren zijn een zeer goede en gemakkelijk opneembare bron van natuurlijke choline. Ook orgaanvlees bevat grote hoeveelheden, vooral lever, maar ook hart en nieren. Choline komt voor in spiervlees, zowel in gevogelte als in varkens- en rundvlees. Daarnaast is het te vinden in bepaalde vissoorten, voornamelijk zalm, kabeljauw en tonijn, en in krill.
Cholinesuppletie in een BARF-dieet
Het is verstandig om iedere vorm van suppletie met een dierenarts te overleggen. Als ons dier gezondheidsproblemen heeft, wordt vaak geadviseerd om supplementen met een bron van choline aan het dieet toe te voegen. Dit kunnen vitamine B-complexen of krillmeel zijn. Ook bij katten met obesitas of een neiging tot overgewicht is het de moeite waard om suppletie te overwegen.