Aandoeningen die samenhangen met hypokaliëmie bij katten

Symptomen en oorzaken van aandoeningen bij katten met een verlaagd kaliumgehalte in het bloed, onder meer als gevolg van te weinig kalium in de voeding

Zowel een tekort als een teveel aan kalium in het lichaam kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid van uw kat. Alleen vaststellen dat er sprake is van een afwijking, is echter niet voldoende om met suppletie te beginnen. Het is dan verstandig om diagnostisch onderzoek te laten uitvoeren, zoals bloedonderzoek (elektrolyten en nierwaarden, en soms ook hormoonspiegels) en een ECG. Daarna kunnen in overleg met de dierenarts de juiste middelen worden ingezet. In dit artikel bespreken we aandoeningen die samenhangen met hypokaliëmie, oftewel een te laag kaliumgehalte in het bloed.

Kaliumtekort – wanneer kan het ontstaan?

Kaliumtekort komt vaak ter sprake in de context van zelf samengestelde BARF-voeding. Dit houdt verband met verstoringen van de nierfunctie die kunnen ontstaan door een voeding die qua kaliumgehalte niet goed in balans is. Weten dat vlees en orgaanvlees de belangrijkste kaliumbronnen zijn, is niet voldoende. Het uiteindelijke aandeel kalium in de samengestelde voeding kan namelijk verschillen naargelang de soorten vlees en orgaanvlees, de verhouding tussen de ingrediënten en de gebruikte supplementen. Vooral de verhouding tussen natrium en kalium is van groot belang. Een kaliumtekort is niet altijd het gevolg van verkeerd samengestelde voeding. Het kan ook ontstaan doordat het elektrolyt in grotere hoeveelheden via de urine verloren gaat (bijvoorbeeld bij chronische nierziekte), of door langdurige diarree of braken. Hypokaliëmie wordt ook vaak vastgesteld wanneer een kat in het algemeen te weinig eet, bijvoorbeeld door gebrek aan eetlust, stress of een aandoening van het maag-darmkanaal. Ook een verkeerd berekende dosis van een supplement is gevaarlijk. Voor het aanvullen van kalium in de voeding worden doorgaans kaliumcitraat, kaliumgluconaat of kaliumchloride gebruikt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de hoeveelheden van de andere elektrolyten en moet nauwkeurig worden berekend hoeveel zuiver, elementair kalium het gekozen middel bevat (1 g kaliumgluconaat is niet hetzelfde als 1 g kalium). Bij katten met een nierziekte worden kaliumsupplementen gegeven terwijl het kaliumgehalte in het bloed regelmatig met bloedonderzoek wordt gecontroleerd.

Hypokaliëmische polymyopathie

Een kaliumtekort in het lichaam leidt vaak tot hypokaliëmische polymyopathie. Bij zieke katten worden algemene zwakte en stijfheid en pijn van de skeletspieren waargenomen. Daardoor willen ze soms niet meer op hogere plekken springen of bewegen. Een kenmerkend symptoom is ook dat de nek omlaag richting de borst wordt gebogen. Een ernstige vorm van de aandoening kan de ademhalingsspieren verlammen. Mogelijke oorzaken zijn niet alleen een tekort aan kalium in de voeding, maar ook een te snel werkende schildklier, hyperaldosteronisme, langdurige diarree of langdurig braken, toediening van te veel vocht en gebruik van kaliumverliezende plasmiddelen. De aandoening ontstaat meestal secundair aan chronische nierziekte, waarbij het dier grote hoeveelheden kalium via de urine verliest.

Hypokaliëmische nefropathie

Als het kaliumtekort in het lichaam langere tijd aanhoudt, kan de werking van de nierbuisjes verstoord raken en kunnen er zelfs veranderingen in het nierweefsel ontstaan. Er kan tubulo-interstitiële nefritis en een verminderde nierfunctie (hypokaliëmische nefropathie) optreden. Dit hangt vaak samen met voeding die stoffen bevat die de urine verzuren.

Weinig kalium = hartproblemen?

Kalium is een elektrolyt dat nodig is voor een normale werking van de hartspier. Bij een tekort zijn op het ECG veranderingen waargenomen die wijzen op hartritmestoornissen.

Kalium is ook belangrijk voor het maag-darmstelsel

Zoals eerder vermeld, is kalium nodig voor een goede werking van de spieren. Naast de skeletspieren en de hartspier beïnvloedt het ook de gladde spieren in het maag-darmkanaal. Een te laag kaliumgehalte kan daardoor de darmbewegingen verminderen, met verstopping, een slechtere eetlust en algemene zwakte als gevolg.

Een kaliumtekort ontstaat dus niet alleen door onevenwichtig samengestelde voeding. Een goed samengestelde voeding is echter wel zeer belangrijk voor het behoud van de elektrolytenbalans en het zuur-base-evenwicht, en voor een goede werking van het spierstelsel.

Bronnen

  1. DiBartola, S. P. (2001). Management of hypokalaemia and hyperkalaemia. Journal of Feline Medicine and Surgery, 3(4), 181–183. https://doi.org/10.1053/jfms.2001.0147
  2. Dow, S. W., LeCouteur, R. A., Fettman, M. J., & Spurgeon, T. L. (1987). Potassium depletion in cats: Hypokalemic polymyopathy. Journal of the American Veterinary Medical Association, 191(12), 1563–1568. https://doi.org/10.2460/javma.1987.191.12.1563
  3. Dow, S. W., Fettman, M. J., Smith, K. R., Hamar, D. W., Nagode, L. A., Refsal, K. R., & Wilke, W. L. (1990). Effects of dietary acidification and potassium depletion on acid-base balance, mineral metabolism and renal function in adult cats. The Journal of Nutrition, 120(6), 569–578. https://doi.org/10.1093/jn/120.6.569
  4. Williamson, B. (2026). Feline hypokalemic polymyopathy. MSD Veterinary Manual. Merck & Co., Inc.