Een teveel aan vitamine A in de voeding van de hond

Gevolgen van een teveel aan vitamine A in de voeding van de hond

Vitamine A – een essentiële micronutriënt

Vitamine A is een vetoplosbare micronutriënt die in het lichaam van de hond voorkomt in de vorm van retinol en retinylesters. De vitamine is essentieel voor het behoud van een normaal gezichtsvermogen, het functioneren van het immuunsysteem en de werking van het voortplantingsstelsel. Ze draagt bij aan de gezondheid van de huid, de opperhuid en de slijmvliezen. Ook is ze betrokken bij celdifferentiatie, genexpressie en antioxidatieve processen. Ze is essentieel voor het behoud van de algehele vitaliteit van het lichaam. Bij een BARF-voeding moet er echter in het bijzonder op worden gelet dat de concentratie vitamine A niet te hoog is, omdat de vitamine zich in de lever ophoopt.

In de voedingsleer worden drie verbindingen aangeduid als vitamine A: retinol, retinal en retinoïnezuur. Het is een vitamine met een zeer breed werkingsspectrum en een enorme rol in fysiologische processen. Daarom wordt in de diergeneeskunde en diervoeding bijzondere aandacht besteed aan de rol ervan. Vitamine A met een hoge biologische beschikbaarheid is een zeer belangrijk bestanddeel van een zelfbereid rantsoen.

Metabolisme van vitamine A

Bij carnivoren zijn verschillende enzymen nodig voor de metabole routes van vitamine A. In de vorm van retinylesters wordt de vitamine in de dunne darm gehydrolyseerd, waarbij pancreaslipasen betrokken zijn. Hierbij komt retinol vrij. Bij honden wordt vitamine A voornamelijk in het jejunum opgenomen en vandaar samen met lipidedeeltjes naar de lever getransporteerd.

In de lever bevinden zich zogeheten stercellen, waarin vitamine A wordt opgeslagen en waaruit ze zo nodig kan worden vrijgegeven.

Een teveel aan vitamine A – wat veroorzaakt dit?

Hypervitaminose A houdt vaak verband met een combinatie van de belangrijkste bron ervan in de voeding, namelijk lever, en verschillende supplementen die er rijk aan zijn (levertraan, visolie) en snacks (bijv. gedroogde lever). Een teveel dat gedurende langere tijd, weken of maanden, aanhoudt, vormt een probleem. We hoeven ons geen zorgen te maken als het dier eenmalig een grote portie lever eet; het gaat hier om de tijdsduur en regelmatige verstrekking. Vooral met gedroogde lever is voorzichtigheid geboden. Bij het drogen gaat veel water verloren, en wel zoveel dat 30–40 g gedroogde lever overeenkomt met 200–300 g verse lever. In de loop van de evolutie hebben honden zich aangepast aan het eten van lever in de natuur; overtollig retinol wordt bovendien via de urine uitgescheiden. Hypervitaminose A is gevaarlijker bij katten; bij honden wordt het vastgesteld bij extreme concentraties, die echter kunnen ontstaan wanneer een zelfbereid rantsoen onzorgvuldig wordt samengesteld.

Wat kunnen de gevolgen zijn?

De gevolgen van een teveel aan vitamine A verschillen afhankelijk van de duur en de ernst ervan. In het begin worden vaak symptomen van het maag-darmstelsel waargenomen, zoals diarree of een verminderde eetlust. Vervolgens treden neurologische symptomen op: zwakte, cognitieve stoornissen, convulsies en zelfs lethargie. Ook zijn demineralisatie van de botten en een verlaagd thyroxinegehalte in het bloed vastgesteld.

Vitamine A is essentieel voor het behoud van de gezondheid en vitaliteit van de hond. We moeten er echter aan denken de aanbevolen hoeveelheden niet te overschrijden bij het geven van supplementen, lever en snacks van gedroogde lever. Het is altijd het beste om suppletie met een dierenarts te bespreken, zodat we er zeker van zijn dat we ons dier geen schade berokkenen.

Bibliografie:

  1. Shastak, Y., & Pelletier, W. (2024). Pet Wellness and Vitamin A: A Narrative Overview. Animals, 14(7), 1000. https://doi.org/10.3390/ani14071000