Eieren – een waardevolle aanvulling op het dieet van een kat?

Eieren kunnen een waardevolle aanvulling op het dieet van een kat zijn, mits ze weloverwogen en niet in overmatige hoeveelheden worden gegeven. Welke voedingsstoffen leveren ze, hoeveel mogen we ervan geven en kunnen we zowel het eiwit als de dooier gebruiken?

Eieren, en met name kippeneieren, worden tegenwoordig steeds vaker aan een BARF-dieet toegevoegd en zijn ook te vinden in commerciële diervoeders. Een eidooier kan waardevolle voedingsstoffen aan de maaltijd van onze kat toevoegen, maar moet met mate en weloverwogen worden gegeven. Het eiwit kan het best worden vermeden.

Voedingswaarde

100 g kippenei (zonder schaal) levert 143 kcal. Wat de macronutriënten betreft, bevat het 12,6 g proteïne, 9,51 g vet en slechts 0,72 g koolhydraten. Eieren hebben een hoog watergehalte van maar liefst 76,2 g/100 g. Ze zijn vooral rijk aan de vetoplosbare vitamine A en de wateroplosbare vitamine B4 (choline). In mindere mate zijn ze een bron van vitamine D, vitamine B9 (foliumzuur) en vitamine B7 (biotine). Eieren bevatten ook mineralen, voornamelijk fosfor, chloride, zwavel, natrium, kalium en calcium. Daarnaast bevatten ze grote hoeveelheden Omega-6- en Omega-3-vetzuren. Het cholesterolgehalte bedraagt 372 mg/100 g. Leucine, valine en arginine zijn aminozuren die eveneens in aanzienlijke hoeveelheden in eieren voorkomen.

Hoe moeten eieren worden gegeven?

Ondanks de rijkdom aan voedingsstoffen, vitaminen en mineralen bevat een ei deze stoffen vanzelfsprekend niet in verhoudingen die geschikt genoeg zijn om een volledige en evenwichtige maaltijd voor een kat te vormen. Er bestaan geen gedetailleerde aanbevelingen voor de hoeveelheid eieren die mag worden gegeven, maar matiging is noodzakelijk vanwege het relatief hoge aantal calorieën in de dooier die afkomstig zijn uit vetten (met een risico op obesitas bij te frequente consumptie) en het aanzienlijke fosforgehalte. Het is altijd verstandig om naar het volledige voedingspatroon te kijken, zodat bijvoorbeeld de verhoudingen tussen aminozuren niet worden verstoord.

Zijn er risico’s?

Wat de manier van aanbieden betreft, wordt bij een BARF-dieet vaak rauwe eidooier aan de voerbak toegevoegd. In dat geval moet op de herkomst van de eieren worden gelet om een bacteriële infectie te voorkomen, meestal met Salmonella of E. coli, die vooral maag-darmklachten veroorzaken. Als we ons zorgen maken, kunnen we ook een hardgekookt (ca. 65°C) en afgekoeld ei geven. Het is belangrijk dat er geen kruiden, zout, olie of boter aan zijn toegevoegd. Een in welk vet dan ook gebakken ei is ongezond, en de toevoeging van ui, bieslook of knoflook kan zelfs een dodelijke vergiftiging veroorzaken. Sommige katten kunnen een voedselallergie hebben. Zodra we verontrustende symptomen opmerken, is overleg met een dierenarts noodzakelijk.**

Hoe zit het met het eiwit?

Eiwit wordt vanwege het avidinegehalte niet aanbevolen in het dieet van een kat. Avidine is een verbinding die tot de glycoproteïnen behoort. Het vormt een risico in het lichaam, omdat het biotine blijvend bindt, waardoor deze stof niet meer kan worden benut. In onderzoeken werd bij jonge poezen een biotinetekort opgewekt door hun een dieet te geven dat voor 18,5% of 32% uit gedroogd eiwit bestond. Er traden symptomen op zoals opgedroogde afscheiding rond de ogen, de neus en de mondhoeken, schilferende huidafwijkingen, huidontsteking rond de neus, bovenkaak en onderkaak, overmatige speekselvorming en haaruitval. De symptomen werden erger en er kwamen bloederige diarree, anorexie en algemene vermagering bij; deze verdwenen nadat biotine oraal was toegediend. Zelfs als het biotinegehalte in het dieet van onze kat juist is, kan het geven van eiwit de beschikbaarheid ervan aanzienlijk beperken en een tekort veroorzaken. Daarnaast is het vermeldenswaard dat avidine behoorlijk bestand is tegen hoge temperaturen (na een ei gedurende 3 minuten bij 90°C te hebben gekookt, blijft het nog steeds actief). Het maakt in dit geval dus niet uit dat we het ei gekookt geven.

Voordelen van eidooier in het dieet van een kat

Met eidooier kunnen we de smakelijkheid van de maaltijd van een kat verbeteren en de kat aanmoedigen om te eten. Dat is onder meer de reden waarom eidooier in sommige commerciële diervoeders voorkomt. Door af en toe eidooier te geven als afwisseling in de maaltijd van onze kat, bieden we hoogwaardige proteïne met een hoog gehalte aan aminozuren, die als bouwstoffen van weefsels dienen en het herstel ervan ondersteunen. Ook leveren we een geconcentreerde dosis energie en vetzuren die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het hele lichaam. Choline is eveneens een waardevol bestanddeel: het maakt deel uit van celmembranen en heeft een positieve invloed op de werking van het zenuwstelsel en de vetstofwisseling. In eidooier vinden we de vetoplosbare vitaminen A, D en E, die essentieel zijn voor een gezond gezichtsvermogen, gezonde botten en de weerstand. Op dit moment zijn niet alle bestanddelen van eieren wetenschappelijk bevestigd wat betreft hun rechtstreekse invloed op het lichaam van een kat.

Bronnen:

  1. Beasley, S., & Hiidenhovi, J. (2024). The use of egg and egg compounds in companion animal health (Version 2). Preprints.org.
  2. Pastoor, F. J. H., van Herck, H., van ’t Klooster, A. T., & Beynen, A. C. (1991). Biotin deficiency in cats as induced by feeding a purified diet containing egg white. The Journal of Nutrition, 121(11 Suppl.), S73–S74.
  3. WSAVA Global Nutrition Committee. (2024). Feeding treats to your cat (Version 2). World Small Animal Veterinary Association.