Terug naar de kennisbank

Zink : koper verhouding (Zn:Cu) in de voeding van honden en katten

Een korte gids over de rol van Zink : koper verhouding (Zn:Cu) in de voeding van honden en katten.

Zink : koper verhouding (Zn:Cu)

Zink en koper strijden om dezelfde opnameroutes in de darmen. Daarom is niet alleen de hoeveelheid van belang, maar vooral de verhouding waarin ze voorkomen. Voor de voeding van honden en katten wordt een optimale Zn:Cu-verhouding van ongeveer 8–15:1 aangehouden [1]. Wanneer deze balans verstoord raakt, saboteert een overschot van het ene element stilletjes het andere — en dit gebeurt ongeacht of de absolute hoeveelheden binnen de norm vallen.

Waarom de verhouding belangrijker is dan de hoeveelheid

Zink en koper werken wederzijds als antagonisten. Een chronisch overschot aan zink — meestal door maandenlang supplementen voor "een betere vacht" te geven — leidt tot een secundair kopertekort en bloedarmoede die niet reageert op ijzer [2]. Andersom geldt hetzelfde: een overschot aan koper (bijv. door grote hoeveelheden runderlever) verstoort de opname van zink [1]. Daarnaast is er nog een derde speler: calcium. Te veel botten, eierschalen of calciumsupplementen blokkeren de opname van zink. Soms is het probleem dus niet een tekort aan zink in de voerbak, maar een verkeerde samenstelling van het volledige recept [1].

Wat dit in de praktijk betekent

  • Te hoge Zn:Cu-verhouding (te weinig koper) — komt vaak voor bij diëten op basis van gevogelte met kippenlever, die wel tien keer minder koper bevat dan runderlever. Dit uit zich in een doffe, verkleurende of roestkleurige vacht en bloedarmoede. Oplossing: wissel naar runder- of lamslever voordat je naar supplementen grijpt. Meer hierover in het artikel Koper.
  • Te lage Zn:Cu-verhouding (te weinig zink ten opzichte van koper) — verhoorning op de neus, ellebogen en voetzolen, een doffe vacht en trage wondgenezing. Bij Noordse rassen (husky, malamute, samojeed) is de zinkopname genetisch beperkt en kunnen ze doseringen nodig hebben die 2–3× hoger liggen dan de norm — dit is een onderwerp om met de dierenarts te bespreken [3]. Controleer echter eerst of er sprake is van een calciumoverschot. Meer hierover in het artikel Zink.
  • Bij de kat kan dit antagonisme verwarrend zijn: bij diëten met een zeer hoog eiwitgehalte kan het zinkgehalte op de grens liggen terwijl het kopergehalte normaal is. Huidproblemen worden dan onterecht aan een zinktekort toegeschreven, terwijl de verstoorde verhouding de boosdoener is [1].

Praktische regel: supplementeer zink, koper en ijzer niet in dezelfde maaltijd — ze concurreren om de opname. Beoordeel zink en koper nooit afzonderlijk, maar altijd als een paar.

Bronnen

  1. National Research Council (2006). Nutrient Requirements of Dogs and Cats. National Academies Press. https://nap.nationalacademies.org/catalog/10668/nutrient-requirements-of-dogs-and-cats
  2. Pereira AM, Maia MRG, Fonseca AJM, Cabrita ARJ (2021). Zinc in Dog Nutrition, Health and Disease: A Review. Animals 11(4):978. https://doi.org/10.3390/ani11040978
  3. White SD, Bourdeau P, Rosychuk RAW, et al. (2001). Zinc-responsive dermatosis in dogs. Veterinary Dermatology. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11360336/
  4. FEDIAF. Nutritional Guidelines for Complete and Complementary Pet Food for Cats and Dogs. https://europeanpetfood.org/self-regulation/nutritional-guidelines/